Het is niet altijd rozengeur en maneschijn

Bij een huisbezoek als hondentherapeut zie ik regelmatig dat het verwelkomen van een buitenlandse herplaatser, zwerfhond, of adoptiehond kan het veel complexer zijn dan gedacht! Eigenaren en herplaatsorganisaties hebben hier helaas niet altijd oog voor, met als gevolg situaties waarin alleen maar verliezers zijn.


Waar moet je rekening mee houden;

  • Socialisatie; pups mogen pas op 15 weken leeftijd naar Nederland komen, wat betekent dat ze hoogstwaarschijnlijk onvoldoende gesocialiseerd zijn. Dit heeft een blijvende impact op hun vermogen/flexibiliteit om om te gaan met dagelijkse geluiden, mensen, verkeer, en andere dieren. Deze gemiste socialisatieperiode kan zorgen voor levenslange angsten, zoals geluidsgevoeligheid, moeilijkheden met bezoekers en moeilijk alleen kunnen zijn.
  • Daarnaast kunnen trauma's, ziektes en verwondingen een rol spelen in het gedrag van een herplaatser. Aangeboren aandoeningen zoals heupdysplasie (HD) en epilepsie komen ook voor bij buitenlandse herplaatsers en kruisingen.
  • Overlevingsinstinct; zwerfhonden die op straat hebben geleefd, zijn vaak slim en behoedzaam. Om te overleven moeten ze slim zijn, alert zijn op gevaar, vechten voor voedsel en bedreven zijn in jagen en stelen. Deze eigenschappen kunnen zich uiten in gedragsproblemen zoals voedselagressie, weglopen, en jagen op huisdieren.
  • Kenmerken, cultuur; buitenlandse herplaatsers zijn vaak kruisingen van rassen met specifieke eigenschappen die niet altijd nuttig zijn in ons land. Berghonden zijn bijvoorbeeld gefokt om dagenlang in weer en wind, schapen te beschermen tegen beren en wolven, zelfs zonder voedsel en beschutting. Deze selectie van eigenschappen(ongevoelig voor voedsel, hoge pijngrens, zelfstandigheid) maakt het lastig om zo'n hond als gezelschapshond te houden. Deze eigenschappen zijn vaak diepgeworteld en zijn niet met liefde weg te nemen.
  • Raseigenschappen; buitenlandse herplaatsers vaak een mix van rassen waarvan de eigenschappen onbekend  zijn. Soms kan een DNA-test helpen bij het vaststellen van de rassen en het inschatten van het potentieel van de hond om gelukkig te zijn in een gezin.

Angst, agressie, voedselnijd, weglopen, niet alleen kunnen zijn en jagen op huisdieren zijn veelvoorkomende uitdagingen. Herplaatsers reageren niet goed op harde training. De gedragstherapie die gericht is op veiligheid bieden en op een respectvolle en rechtvaardige manier met de hond om gaan ziet er in de praktijk vaak anders uit dan eigenaren dachten. Terwijl sommigen denken dat het bieden van een kans aan een buitenlandse hond een nobele daad is in plaats van het kopen van een pup, brengt dit regelmatig situaties met zich mee met alleen maar verliezers.


Soms is het de vraag of de hond inderdaad een gevonden pup of zwerfhond is en geen buitenlandse broodfok. Jaarlijks worden ongeveer 10.000 honden uit het buitenland naar Nederland gehaald. Deze import is onder andere het gevolg van een tekort aan nederlands gefokte honden.
Prijzen van een pup en wachtlijsten bij fokkers spelen ook een rol. 

Het adopteren van een buitenlandse hond is geen garantie voor een zorgeloze ervaring en kan uiteindelijk ook veel kosten geven in de vorm van dierenartskosten en professionele hondentraining met daarbij vaak een beperkte kans op het resultaat wat de eigenaren hoopten.